dutch english

De Mörzer Bruijns Stichting /

Achtergrond van de Mörzer Bruijns Stichting

De in december 2007 opgerichte Mörzer Bruijns Stichting is vernoemd naar de tweelingbroers M.F. Mörzer Bruijns (1913-2004) en W.F.J. Mörzer Bruijns (1913-1996). De gebroeders Mörzer Bruijns raakten op jonge leeftijd geïnteresseerd in de natuur. Het bleek een passie die ze nooit zouden verliezen, maar die ze beide op een volstrekt eigen wijze hebben ingevuld. Want hoewel de broers hun carrière in en om de natuur gezamenlijk begonnen gingen ze na de middelbare school hun eigen weg.


In 1931 stond M.F. Mörzer Bruijns op het punt om van zijn ouderlijk huis in Bussum naar Utrecht te vertrekken om te beginnen aan zijn studie biologie. In hetzelfde jaar vertrok zijn broer naar de zeevaartschool, om daarna op de grote vaart aan de slag te gaan. In feite vervulden de jongens op deze manier allebei een helft van hun gedeelde jongensdroom. Geïnspireerd door hun biologieleraar hadden ze op jonge leeftijd enerzijds hun ‘natuurvriendenclub’ opgericht, terwijl ze anderzijds ook vastberaden waren de zeevaarttraditie van de familie voort te zetten.


M.F.Mörzerbruijns

M.F.Mörzer Bruijns

Nadat M.F. Mörzer Bruijns cum laude zijn doctoraalexamen in scheikunde, bodemkunde en biologie had behaald, ging hij werken als leraar aan de Middelbare Koloniale Landbouwhogeschool in Deventer. Hoewel het op dat moment oorlog was, werkte hij in zijn vrije tijd aan een onderzoek naar de relatie tussen weekdieren en plantengemeenschappen in het Overijsselse dalgebied. Het bleek een vruchtbaar project, want na de oorlog promoveerde hij cum laude op een dissertatie met de titel Over levensgemeenschappen.


Als jonge doctor trad hij in dienst bij Staatsbosbeheer. Als natuurbeschermingsconsulent wist hij die organisatie ervan te overtuigen een eigen onderzoeksinstituut op te richten. Het Rijksinsituut voor Veldbiologisch Onderzoek ten behoeve van het Natuurbehoud (RIVON) bestaat tot op de dag van vandaag onder de naam Alterra. M.F. Mörzer Bruijns was van 1957 tot 1970 directeur van het instituut. In 1960 werd hij bovendien docent voor natuurbeheer aan de Landbouwhogeschool in Wageningen, de huidige Wageningen Universiteit. Aan diezelfde universiteit werd hij in 1964 bijzonder hoogleraar om er in 1970 gewoon hoogleraar te worden. Hij werd daarmee de eerste hoogleraar natuurbehoud en natuurbeheer in Nederland.


Naast zijn academische werk heeft M.F. Mörzer Bruijns diverse maatschappelijke functies vervuld. Steeds stonden deze in het teken van de natuurbescherming. Zo was hij vice-president van de International Union for the Conservation of Nature and Natural Resources (IUCN), afgevaardigde van de Nederlandse regering in de Natuurbeschermingscommissie van de Raad van Europa, medeoprichter en adviseur van het World Wildlife Fund International, lid van de Nederlandse Commissie voor Internationale Natuurbescherming, en voorzitter van zowel de Nederlandse als de Europese afdeling van de International Council for Bird Preservation (ICBP), om slechts een paar functies te noemen.


Terwijl M.F. Mörzer Bruijns aan zijn natuurwetenschappelijke loopbaan werkte, maakte zijn broer W.F.J. Mörzer Bruijns carrière als zeeman. Hij werkte aanvankelijk bij de Stoomvaart Maatschappij Nederland, volgde vervolgens een officiersopleiding bij de Nederlandse marine en keerde daarna terug naar de koopvaardij. De Tweede Wereldoorlog bracht voor hem een grote verandering. Tijdens de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940 bevond hij zich als tweede stuurman op het schip de Poelau Tello in Philadelphia. Als reserveofficier van de Nederlandse marine werd hij opgeroepen en bracht hij de Tweede Wereldoorlog door op zee. Hij voerde diverse missies uit op Nederlandse onderzeeboten in de Noordzee en Atlantische Oceaan en later de Indische Oceaan rond Australië en Indonesië. Pas in 1947 kwam hij terug naar Nederland.


Na zijn laatste missie als commandant van de duikboot Hr.Mr.O21, keerde hij de marine de rug toe en besloot hij door te varen in de koopvaardij. In 1951 werd hij bevorderd tot kapitein van de SS Singkep. Vanaf dat moment had hij weer tijd om zijn oude liefhebberij op te pakken. Terwijl hij de wereldzeeën bevoer, begon hij zorgvuldig notities te maken van het voorkomen van dolfijnen, walvissen en zeevogels. Op routekaarten hield hij afstand, richting en meteorologische omstandigheden bij. Hij zou dit de rest van zijn leven blijven doen. Uiteindelijk heeft dit tot een aantal boeken en artikelen geleid. Zo zijn veel van W.F.J. Mörzer Bruijns’ zeevogelwaarnemingen tot internationale publicaties verwerkt. Een beschrijving van de toen als uitgestorven beschouwde Hawaii Pijlstormvogel (Puffinus [puffinus] newelli) behoort tot de hoogtepunten. Ook anderen hebben rijkelijk uit zijn bronnen geput. Zo is het boek The birds of Sumatra van Voous en Van Marle onder andere gebaseerd op zijn waarnemingen in de zeeën rond Sumatra.

w.f.j.mörzerbruijns

Kapt W.F.J.Mörzer Bruijns

In 1963 werd W.F.J Mörzer Bruijns commodore en was hij de laatste kapitein van het vlaggenschip van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, de MS Oranje. Zeven jaar later maakte hij zijn laatste grote reis als kapitein. Omdat hij als kapitein nooit over een nauwkeurige beschrijving van walvissen en dolfijnen had beschikt, besloot Mörzer Bruijns een dergelijk boek zelf te schrijven. Na zijn pensioen leidde dat tot de Field guide to whales and dolphins. Hoewel dit boek zijn bekendste publicatie is, zou het zeker niet zijn laatste zijn. Vanuit zijn positie binnen het Wereldnatuurfonds en als lid van de Nederlandse Commissie voor Internationale Natuurbescherming schreef hij diverse artikelen en hield hij talloze lezingen. Daarin stond de bescherming van walvissen en dolfijnen centraal.

Tijmen

Tijmen Veldhuizen

Het levenswerk van de twee broers was de inspiratie voor de kleinzoon van Kapt. W.F.J. Mörzer Bruijns en neef van Prof. Dr. M.F. Morzer Bruijns om deze stichting op te richten. Tijmen Veldhuizen (1981) reisde door Australië en Papua Nieuw Guinea als duikinstructeur waarna hij mariene biologie studeerde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij sloot zijn MA Mariene Biologie af met onderzoeksprojecten aan otters in Ierland en koraalriffen in Indonesië. Vervolgens werd hij toegelaten tot de London Film School (LFS) en deed daar een MA Filmmaking. Momenteel is hij werkzaam als filmmaker in London bij Mosquito Productions. Met de oprichting van deze stichting hoopt hij een aanzet te geven aan een andere manier van natuurbescherming en educatie.